Over de trainer van Open Dojo

Beste bezoeker,

laat ik mij even voorstellen. Mijn naam is Jeroen Sikkema en ben geboren in Thailand. Geadopteerd op 1jarige leeftijd en sinds mijn tijd als student aan de Gerrit Rietveld Academie begonnen met Wing Chun lessen indertijd bij Jan Willem van der Stam. Rond mijn twaalfde raakte ik geinteresseerd in onder andere oosterse filosofie en krijgsgeschiedenis. In die tijd ging ik vaak naar de bibliotheek en verslond alles wat met martial arts, oosterse wijsheden, spiritualiteit, yoga, religie en occultisme te maken had. Informeel en zelf aangeleerd deed ik s’nachts oefeningen in het hanteren van de stok en tja soort van ademhalingsoefeningen uit de voor mij beschikbare literatuur. Het heeft daarna eigenlijk vrij lang geduurd dat ik ook daadwerkelijk een martiale kunst ging beoefenen. Voor die tijd was ik vooral geinteresseerd in het boek van de vijf ringen, het boek over de strategie van de samoerai van Miyamoto Musashi. Dit kwam vooral doordat ik fanatiek schaakte en op een club zat en naar jeugdtoernooien ging. Ik heb altijd gezocht naar het verband tussen dat boek, schaken en mijn eigen ontwikkeling als student aan de academie. Wing Chun was voor mij echt een stukje studenten onder elkaar beleving. Er zaten veel studenten op van andere opleidingen. In die tijd heb ik ook Joost van den Toorn ontmoet. Beeldend kunstenaar die toen al geruime tijd verschillende martiale arts beoefende. We hebben buiten Wing Chun om ook 1x samen getraind in ik naar vermoed in zijn zaaltje. Ik heb hem later nog 1x teruggezien lang na mijn studenten tijd. Mijn andere Wing Chun kameraad woont nu in Brazilie, hij is geadopteerd net zoals ik maar teruggegaan. In die tijd bezocht ik ook wel eens workshops en seminars van andere martiale kunsten maar niet heel vaak. Het was een beetje shoppen zeg maar. Voor Wing Chun wat ik ongeveer 3 jaar intensief heb beoefend had ik nog een introductiecursus Aikido geprobeerd bij Paul Jansen. Maar dat was helaas geen succes. Het Ving Tsun waar ik ooit 1x ben geweest vond ik te agressief overigens. Ook nu nog heb ik niet heelveel op met het zelfverdedigingsaspect maar daarover later meer. Het ging me in die tijd vooral om de bewegingskunst an sich….en nu nog. Tijdens mijn studentenperiode zat ik ook op bokstraining, vooral op de zak, ik vond het heel leuk maar kwam conditioneel absoluut te kort. Hierbij ook ik vond de bewegingen interessanter dan ook daadwerkelijk een goed vechter te worden. Ik deed dit samen met Jean Pierre op de Albert Kuip en later in het Ketelhuis, hij is tegenwoordig kunstenaar, kok en vader. Ik heb boksen nooit heel intensief beoefend maar mag graag schaduwboksen als deel van mijn training. Tijdens mijn periode als postbode toen ik weer in Hoofddorp woonde ben ik Pentjak Silat gaan beoefenen. Ik heb dit ongeveer 2 jaar gedaan als ik mij niet vergis. Hier heb ik ook het echtpaar ontmoet waarvan de man op dit moment in Open Dojo traint. We waren elkaar een beetje uit het oog verloren daarom is het erg grappig dat we nu weer samen trainen. Zo ben ik ook iemand tegengekomen, nu een huidige vriend die dezelfde school Wing Chun heeft gedaan maar in een andere periode. Zo zie je maar weer het kan een klein wereldje zijn. Over Pentjak Silat, de eerste paar maanden heb ik getraind onder Cherry Smith en later bij zijn vader. Achteraf gezien heb ik bij beiden veel geleerd. Vooral van wat ik niet goed kon. Ik voelde me technisch gezien enkel comfortabel op Wing Chun afstand en dat omelkaarheengedraai had ik niet echt een antwoord op. Maar het belangrijkste is de geest van Pentjak Silat. Het gevoel wat je krijgt als je oefent, vooral met traditionele muziek of alleen s’nachts vind ik altijd heel bijzonder. Tijdens mijn vele bergwandelingen in de vakanties in Zwitserland kon ik Pentjak Silat ook steeds meer waarderen. Wat in een gymzaal misschien stilistisch aandoet is in de natuur wat beweging betreft heel natuurlijk wat lichaamsverplaatsing betreft. Het is zoals schakelen in een auto in de bergen. Het heeft dan pas echt nut. Ik vond bij Paatje Smith de thuistrainingen het leukst. Hij was bepaald niet makkelijk en hoezeer ik ook mijn best deed ik heb volgens mij nog nooit een compliment gehad. Ik ben nooit een ster geweest in fysieke sporten, gym op school of wat dan ook. Bij martiale kunst had ik voor het eerst het gevoel dat ik wel iets kon. Vandaar dat zelfbevestiging door complimenten wel belangrijk voor me was. Ik denk nu ook dat dat een van de valkuilen is in vooral martiale kunsten. Ik heb er nu geen last meer van maar nu als trainer zelf ben ik me meer bewust van het feit dat zowel leraar als student beiden moeten werken aan een goede verstandhouding en ja eigenlijk wederzijdse coaching. Als zelfbevestiging het doel opzichzelf is, is het oefenen van martial arts een lege bezigheid. Ik ben na Pentjak Silat meer gaan racefietsen en trainde nauwelijks. Veel later pas, na een verbroken liefdesrelatie en weer terug in Hoofddorp ben ik begonnen met Iaido in Hoofddorp. Bij Buken later genaamd Kenshinkai. Je moet toch wat met je vrije tijd. Mijn toewijding hierin ging niet zonder slag of stoot maar dankzij mijn leraar heb ik het toch doorgezet. Het is toen erg snel gegaan de passie voor martial arts, in dit geval budo werd helemaal geactiveerd. Het is ook voor het eerst geweest dat er een intensieve band was tussen de trainers en leerlingen op een manier die ik nog niet eerder was tegengekomen. Waar bij de andere kunsten nooit echt de diepte werd ingegaan was Buken voor mij eigenlijk een tweede Rietveld Academie. Het is ook hier geweest dat mijn voorgaande ervaringen pas echt connectie met elkaar konden maken. Dit was de grootste eye-opener wat totale geest-lichaam ervaring betreft, voor mij dan. Ik had zonder mijn Buken training nooit mijn Wing Chun of Pentjak Silat training kunnen her-ontdekken op een voor mijn lichaamseigen manier van bewegen. Vooral nu gaat het mij helemaal niet om te voldoen aan een stroming of het neerzetten van een nieuwe stijl maar puur om authentieke expressie waarbij het lichaam in grove en fijne motoriek wordt uitgedaagd. Ik zal hier later in een ander blog verder op ingaan maar als zijstapje: ik heb ook een aantal lessen gehad in Shinkendo, Mugai Ryu en Muso Shinden Ryu, allemaal zwaardscholen, gendai en ‘klassiek’ tussen aanhalingstekens. Tezamen met Sipbalki (Koreaanse wapensysteem) zijn dit de laatste uitstapjes geweest in dezelfde tijd als dat ik bij Buken Ryu trainde. Wat mij opviel in de andere scholen is dat de manier waarop het wordt uitgelegd en getraind ver weg staat van iets wat ik ook al miste in Wing Chun en Pentjak Silat namelijk het lichaam te zien in relatie tot technieken als eigen autonome identiteit zonder intentie of ‘stijl’ programmering. Juist door fragmentatie (focus op maar 1 aspect) onstaat vaak ook een fragmentarisch beeld van jezelf en van de kunst die je beoefend doordat techniek en lichaam vaak in een hele abstracte omgeving worden getraind met daarbovenop weinig tot geen besef van fictie binnen de trainingszaal en de werkelijke sociale context waar wij als burgers (gelukkig) geen geweldsmonopolie kunnen of hoeven uitoefenen. Dat dit wel vaak zo gevoeld wordt en getraind is volgens mij het ontbreken van moraliteit en ethiek of verdieping hierin. Daarom denk ik ook dat er wel degelijk verschil is tussen het beoefenen van krijgskunsten vanuit cultureel en spiritueel oogpunt en de gevechtsporten die gericht zijn op ‘overleven’, zelfverdediging en of competitiesport, kortom haast lauter fysieke antwoorden trainende zover je daar als burger binnen de wet en je eigen moreel op kan en mag trainen. Hierover valt meer te zeggen of uit te diepen maar dat is voor later. Even terug naar het heden. Om prive redenen ben ik twee jaar gestopt met Iaido en ben inmiddels weer twee jaar bezig met het beoefenen van Iaido. Er is een reden waarom Open Dojo zowel Iaido als Kenjutsu als technisch aanbod heeft. Dat heeft vooral te maken met het beter proberen te doorgronden van tactische wendingen ten opzichte van elkaar in een sparring sessie waarbij meerdere mogelijkheden zijn. De grens tussen getrokken zwaard en getrokken zwaard hoeft niet zo groot te zijn ook al hebben beiden een filosofisch en praktisch ander vertrekpunt. Bij Open Dojo komt niet alleen het zwaard aan bod maar ook ongewapende technieken maar die zijn meer om inzichtelijk te maken hoe zwaardtechieken kunnen werken. Dit geld andersom ook natuurlijk maar de focus ligt op gewapend juist omdat als je traint vanzelf zult zien hoe onpraktisch zonder kunde een japans langzwaard eigenlijk is. Wat mij zelf grijpt in zwaardkunst ten hedendage is dat het abstracte tweegevecht symbolisch kan zijn ten opzichte van de eigen persoonlijkheid. Waar de meer bekende Iaido scholen vooral solo trainen en duo in voorafgesproken patronen is dat bij Open Dojo niet het doel opzich en eigenlijk ook niet belangrijk. Ik heb liever dat je een eigen techniek ontwikkelt die geperfectioneerd kan worden met hulp van de ander dan dat je solo een kata of patroon kan uitvoeren zoals ik hem onderwijs. Ik weet dat voor de meesten dat te ver gaat en zullen zeggen, ja maar je moet toch eerst leren lopen voordat je kunt vliegen en dat volgens voorbeeld? Wel het enige wat ik kan zeggen dat ik als aangever slechts voorbeelden doorgeef die voor mij lichaamseigen zijn. Daarin blijf ik me ook ontwikkelen, het is zoals een goed levenskunstwerk nooit af. Maar het navolgen maakt meestal dat mensen gaan navolgen uit creatieve incompetentie. Het valt me altijd op dat mensen die een tijd niet getraind hebben dan zeggen, ja ik ben de helft vergeten van wat ik ooit geleerd heb bij tai chi of bij welke martiale kunst dan ook aan patronen. Eigenlijk zegt dit al genoeg, je kunt je hele leven patronen volgen van iemand anders en proberen vorm te geven naar jou beeld of je accepteert in het hier en nu dat juist je eigen onvolkomenheid de enige weg is tot authentiek meesterschap. Wel dit alles wil natuurlijk niet zeggen dat er binnen Open Dojo geen kata worden ontwikkelt of strategie vanuit klassieke tradities worden belicht maar hoe eerder je in je achterhoofd houd dat het jou weg is en niet die van mij of een andere trainer hoe evenwichtiger je groeit in je ontwikkeling als budoka. Zie het als het beleiden van religie. Als het intern is zul je de spirituele kracht ervan ontdekken of in ieder geval waarderen. Als je denkt dat de uiterlijke vorm ervan de enige realiteit is die men dient na te volgen als een kopie van een kopie dan is wat overblijft dogmatisme en uiteindelijk uitholling van je beleiden. Ben ik dan perfect? Nee absoluut niet. Is beoefening van een martiale kunst dan het beste? Dat zeker niet. Het is gewoon een van de vele wegen en hele grote metafoor voor alle leer-ervaringen in het dagelijkse leven. Mocht je met bowlen of tennis diezelfde verdieping ervaren, het kan! Het allerbelangrijkste is het echt fysiek bewegen en samenspel met anderen in creatie wat verder gaat dan het gangbare respect wat soms ‘artificieel’ wordt afgedwongen door leraren of senior leerlingen. Is binnen Open Dojo dan alles maar vrijheid blijheid? Nee, het omgaan met oefen wapens vereist volwassenheid en traint je in het zorgzaam omgaan met je trainingspartner. En weer terug naar het nu. Open Dojo is eigenlijk bedoeld als een plaats waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en willen uitwisselen in de breedste zin van het woord met betrekking tot persoonlijke groei door martiale kunst. Zoals mijn budovriend Kasper aka Aikidosiast het zegt, je bent elkaars spiegel en ook je eigen spiegel. Het is niet altijd mooi wat je in de spiegel ziet maar die poets je niet weg met het polijsten van kata wat het ego alleen maar voedt. Dat wat je ziet is slechts een vertrekpunt geen waardeoordeel. Ok genoeg gedachten voor vandaag. Tot het volgende blog.